Hand-evaluatie Deel 1

 

Inleiding

Dit artikel bevat een aantal samenhangende theorieŽn, die de bridger kunnen helpen om tot een betere handevaluatie te komen. De theorie van de Losing-trick count staat daarbij centraal, daarbij bespreken we (later) ook de Law of total tricks en de theorie over Cover cards.

 

Deze handevaluatie geeft meer onderbouwing aan een goede taxatie hoe hoog we kunnen bieden.

 

Om de kracht van onze hand in te schatten, zijn we gewend om de punten te tellen van de hoge kaarten. Een aas is 4, een heer is 3,een vrouw is 2, een boer is 1 punt. Hierop baseren we onze opening en onze bijbiedingen (opening is vanaf 13 punten, bijbieden vanaf 6 punten etc.)

 

Dit is echter een grove aanpak, wel belangrijk, doch slechts een onderdeel van een goede handevaluatie.

We weten immers uit ervaring (of omdat bridge-experts ons dat steeds onder de neus wrijven) dat naast het tellen van punten ook de volgende aspecten van groot en soms doorslaggevend belang zijn

-      Goede lange kleuren

-      Korte kleuren/introefmogelijkheden

-      Extra troeven

-      Extra kansen met finesses en met goed werkende tussenkaarten

Losing trick count

Met de theorie van de Losing-trick count in combinatie met de theorie van de Law of total tricks en de Cover cardskunnen weonze hand beter waarderen omdat ook de boven genoemdeaspecten worden meegenomen.De Losing-trick count speelt een mindere rol in de hand van de openaar, omdat je bij de opening doorgaans niet weet of er een troeffit is.

 

Op het moment dat de antwoorder een fit constateert, kan hij zijn plaatjes/punten tellen, maar hij kan nog beter zijn hand aangeven met behulp van de aanvullende theorie van de Losing-trick count (met daarbij aansluitend de theorie van de Cover cards waarover later meer).

 

Bij ons openingsbod realiseren we vooral de volgende uitgangspunten ten behoeve van de toepassing van de telling van onze verliezers:

a.    Voor een juiste loser-telling is informatie van partner nodig om een troeffit vast te stellen. Geen fit betekent immers vaker een SA-spel waarbij we ons natuurlijk niet rijker gaan rekenen met renonces, singletons etc. Partner mag echter wel uitgaan van maximaal zeven losers bij een openingshand.

b.    Partner mag wel rekenen op een juiste loser-tellling wanneer blijkt dat de openaareen zodanige troefkleur heeft datergeen steun van partner nodig is (self-sustaining suit) .

c.    Dit geldt ook bij alle preŽmptieve openingen!In dat geval redeneert de openaar al vanuit een fit Ö, terwijl deze helemaal niet vaststaat.Maar onzepartner weet dat ook en kan nu zijn eigen hand goed taxeren, mede met behulp van de Losing-trick count!Partner kan dat niet wanneer basisafspraken ontbreken over de kracht van onze preŽmptieve openingen!

d.    Ook bij volgbiedingen is de Losing-trick-count een goed hulpmiddel.

Het tellen van verliezers (Losing-trick count)

1.    Er zijn maximaal twaalf verliezers in elke hand. (24 dus in de gecombineerde handen)

2.    Er zijn maximaal drie verliezers per kleur. Een vierde kaart in de kleur wordt in principe niet als verliezer geteld

3.    Azen en heren worden niet als verliezer geteld (behalve de kale heer)

4.    Vrouwen (en soms ook boeren) indien ondersteund zijn geen verliezers, maar als ze niet ondersteund worden Ö dan wel!Wanneer er een mogelijkheid om te snijden is, telt men de vrouw als een halve verliezer. Voorbeelden AV =0,5 verliezer; AB10 =1,5 verliezer;Vxx= 2,5 verliezers; B103 = 3 verliezers; Vx = 2 verliezers (met een plusje)

Een openingsbod geeft doorgaans dus aan dat je hooguit zeven verliezers hebt. Heb je minder dan zeven verliezers dan geef je na een minimaal steunbod van de partner alsnog een herbieding. (Bijvoorbeeld met een help suit trial))

 

Een minimaal steunbod bevat doorgaans twee Covercards (dat zijn hoge kaarten c.q. ondersteunende kaarten die twee verliezers doen verdwijnen). Dat is de reden dat bij een troeffit doorgaans acht slagen worden gemaakt Ö. zeven verliezers Ė twee verliezers = vijf verliezers = acht winners dus! Maar, daarover later meer.

 

Voorbeeld:
AHV52
A432
H32
2

Met deze opening zullen wij met1♠ openen, partner geeft een minimaal steunbod van 2♠. Wat nu?

We tellen onze verliezers: 0 in schoppen, 2 in harten, 2 in ruiten, 1 in klaveren! Dat zijn er maar 5! Partner heeft met zijn bijbod doorgaans 9 verliezers (of twee Cover cards). Een aanhanger van de Losing-trick count biedtnu de manche!

 

Berekenen van de slagen die je maakt op basis van de regel van de Losing-trick count:

 

Max aantal verliezers

Openaar

(LTC)

Partner

(LTC)

combinatie

Slagen die je maakt

24

7

9

24-16

8

24

6

8

24-14

10

24

5

9

24-14

10

24

4

8

24-12

12

24

4

7

24-11

13

 

Je kunt natuurlijk ook als volgt redeneren: wanneer ik zeven verliezers in mijn spel heb en partner heeft met een minimale steunhand twee Covercards, dan hou ik van die zeven verliezers nog vijf verliezers over. En dat komt dus neer op acht slagen. Met besproken hand heb ik vijf verliezers, partner maakt twee verliezers goed, dus er zijn tien slagen.

 

Patroon

Aantal verliezers

Patroon

Aantal verliezers

Renonce

0

Ax

1

A

0

Axx (x..)

2

AH

0

H

1

AHV (xx..)

0

Hx

1

AV

0,5

HV (Bxx..)

1

AH (xx..)

1

HB (x..)

2

AV10 (xx..)

1

Hxx (x.)

2

Avx (xx..)

1

VB (x..) or V10x,

Doch.. Vxx

2
2,5

AB10 (x..)

1,5

B109 (xx) of slechter

3

Abx (x..)

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In deel 2 handelt een vervolgartikel over een verdere verkenning van de Losing-trick count bij preŽmptieve openingen, volgbiedingen, en informatie over de Law, en het gebruik van Cover cards.

 

Belangstellenden raad ik de volgende youtubelink aan.
Michael Nestler van Bridgehands doceert deze theorie.

 

Losing Trick Count & Cover Cards

 

Frank van Lieshout