Een onverwachte tegenspelvariant

 

Af en toe moet je bij het tegenspelen een niet-standaard oplossing kiezen om een topscore te halen. Als dat mis gaat kun je op zijn minst een verbaasde of boze blik van je partner verwachten, maar als je in je opzet slaagt is de voldoening groot.

Een beroemd voorbeeld van iemand die vaak niet-standaard oplossingen koos en daarmee zowel partners als tegenstanders tot wanhoop en zelfs grote woede wist te brengen, was Philip Grosvenor, een Engelsman die zich na de tweede wereldoorlog in Florida vestigde. Zijn ‘niet-standaard tegenspel’ was zo bijzonder dat de speelwijze zijn naam heeft gekregen: het Grosvenor-gambiet.

De eerste keer dat Grosvenor zijn gambiet beschreef lag het spel als volgt:

 

 

s 108

 

 

h B3

 

 

d A873

 

 

c B8764

 

s VB7632

 

s 94

h 75

 

h V84

d 106 

 

d B962

c AH9           

 

c Q1053

 

s AH5

 

 

h AH10962

 

 

d HV4

 

 

c 2

 

 

 

Na een ambitieus biedverloop eindigden N-Z in 6. West speelde twee keer klaveren, de tweede werd door zuid getroefd. Om 6 te maken moet V goed zitten, daarnaast moet er een extra slag komen uit de ruiten (moeten dan 3 – 3 zitten) of via het introeven van een schoppen op tafel. Omdat die kansen niet te combineren zijn, koos zuid de meest kansrijke speelwijze: hij speelde A en H en troefde de derde schoppen met de B op tafel. Oost kan nu overtroeven en het spel is down. Op de oost-plaats zat Philip Grosvenor en hij troefde niet over, maar liet een ruiten gaan (mogelijk per ongeluk)!!

Zuid kan het spel nu maken door V er uit te snijden, maar hij was er zo van overtuigd dat west de V in bezit had dat hij besloot A en H te slaan in de hoop dat west Vx zou hebben. Zo ging 6 alsnog down, maar de manier waarop leidde tot grote consternatie. Toen zuid de V bij oost ontdekte, ontplofte hij bijna en kon nog net weerhouden worden van het toebrengen van lichamelijk letsel. Hij raakte zo uit zijn doen dat hij in het volgende spel O-W een onmaakbare manche liet maken en ook de rest van de avond deed hij nog maar weinig goed.

Grosvenor was onder de indruk van de gevolgen van zijn ongewone tegenspel. Hoewel zijn manier van tegenspelen geen enkele invloed op de score had (6 was altijd 1 down gegaan), was er een duidelijk bijkomend voordeel. De tegenstander raakte zo gefrustreerd dat er ook in de spellen daarna een voor Grosvenor positieve invloed van uitging. In de periode daarna leerde hij dit type tegenspel steeds beter herkennen en paste hij zijn gambiet vele malen in de praktijk toe, hetgeen vaak leidde tot heftige taferelen aan de bridgetafel. De term Grosvenor-gambiet staat nog steeds voor een vorm van tegenspel die uiteindelijk tot down leidt, maar die de leider intussen wel in staat stelt om een in principe niet-maakbaar spel toch te maken. Het tegenspel is echter zo onwaarschijnlijk dat de leider de maakkans niet weet te grijpen.

De laatste keer dat Grosvenor zijn gambiet toepaste (of eigenlijk juist niet) was in 1968.

 

 

s HB

 

 

h H84

 

 

d H753

 

 

c HB92

 

s V3

 

s 107

h 10762

 

h B95

d B98

 

d V1062

c 8753          

 

c AV106

 

s A986542

 

 

h AV3

 

 

d A4

 

 

c 4

 

 

Na een 1-opening van noord belandde Zuid in 6, door oost, Philip Grosvenor, gedoubleerd (vraagt om een klaveren-start). West startte braaf met klaveren, Grosvenor nam de gespeelde H op tafel over met het A en probeerde V te incasseren. Zuid troefde echter, speelde een kleine schoppen naar de H en speelde B na. Grosvenor produceerde de 10.

Nu was zuid al eens eerder in het Grosvenor-gambiet getrapt en hij zag onmiddellijk dat dit een ideale gelegenheid voor zo’n gambiet was. Een weldenkende oost zou het niet in zijn hoofd halen om hier van V-10 de 10 te spelen, maar ja, op de oostplaats zat nu eenmaal Grosvenor. Uiteindelijk overtuigde zuid zichzelf er van dat Grosvenor hem weer een oor probeerde aan te naaien en hij besloot wraak te nemen: Hij legde een kleintje!

Het ‘onverliesbare’ contract ging nu down en noord begon openlijk en luidkeels aan de verstandelijke vermogens van zijn partner te twijfelen. Het einde van het liedje was dat het partnership van noord-zuid (een zeer gerenommeerd paar) ter plekke werd beëindigd.

Maar daarbij bleef het niet. Drie dagen later werd het lijk van Grosvenor op een naburig strand gevonden. De drie vingers waarmee hij doorgaans de kaarten deelde waren gebroken en zijn hoofd was zwaar toegetakeld. Uiteindelijk concludeerde de politie dat het om zelfmoord ging en werden er geen verdachten opgepakt. Niettemin zijn de twijfels over de toedracht altijd blijven bestaan.

 

Hieruit blijkt dat niet-standaard tegenspel niet ongevaarlijk is, soms zelfs levensgevaarlijk. Laat u echter niet weerhouden om af en toe eens buiten de gebaande paden te treden en tijdens het tegenspel ‘out-of-the-box’ te denken. Het kan echt punten opleveren. Neem de volgende situatie:

 

Je hebt als west in handen

 

s AH1065

h B863

d HB6

c V

 

en je mag de bieding openen. De bieding gaat als volgt:

 

 

W                           N                            O                            Z

1                          pas                        3+                         4

pas                        5                          pas                        pas

pas

 

+ pre-emptive

 

Zuid speelt 5en je komt uit met A. Je krijgt nu de volgende kaarten te zien:

 

 

s 82

 

h A75

 

d A8542

 

c H94

s AH1065

 

h B863

 

d HB6

 

c V

 

 

 

Zuid troeft je aas af, speelt een kleine klaveren naar tafel (partner de 8) en daarna een kleine klaveren naar zijn A in de hand (partner de 7). Vervolgens speelt zuid een ruiten naar het A (partner de 10), troeft de laatste schoppen in noord in zijn hand, speelt een kleine harten naar A en een kleine harten naar de H in de hand. Daarna incasseert zuid V. Partner bekent steeds.

De situatie is nu als volgt:

 

s -

 

h -

 

d 8542

 

c 9

s H10

 

h B

 

d HB

 

c -

 

 

 

Nu speelt zuid een kleine ruiten uit zijn hand.

Speel je nu de H of de B en waarom?

 

Normaal gesproken leg je in zo’n positie de goedkoopste kaart, d.w.z. de B. Als je dat in de praktijk had gedaan was 5 +1 gegaan. Als je de H had gelegd gaat 5 contract. Dat kan in een parenwedstrijd een hoop punten schelen.

Hoe is dit onverwachte resultaat mogelijk?

 

Het gaat om spel 4 (A-lijn) van de 6e competitie-avond.

Het hele spel (W/allen):

 

 

s 82

 

 

h A75

 

 

d A8542

 

 

c H94

 

s AH1065

 

s VB9743

h B863

 

h 1092

d HB6

 

d V10

c V

 

c 87

 

s -

 

 

h HV4

 

 

d 973

 

 

c AB106532

 

 

 

 

Bieding: zie hierboven.

Gelukkig is noord niet te enthousiast geworden en heeft hij zich beperkt tot 5. Met deze troef en twee azen mee zou 6 ook in aanmerking komen. Als de troeven zich gedragen verlies je twee vaste ruitenslagen en is het contract precies gemaakt. Simpel toch? Of liggen er toch kansen op een mogelijk kostbare overslag?

 

Je troeft A en speelt een kleine klaveren naar tafel (eerst A spelen is mogelijk iets beter omdat de kans op een driekaart troef bij west na dit biedverloop net iets groter is dan een driekaart bij oost; oost heeft 3 duidelijk op lengte geboden, veel punten kan hij niet hebben). Je ziet bij west V vallen en trekt ook de laatste hangende troef.

 

Nu draait het allemaal om de ruitenverliezers. Zijn er kansen om het verlies van twee ruitenslagen te voorkomen? Je kunt natuurlijk speculeren op afgooifouten bij de tegenstander door eerst alle troeven te gaan trekken in de hoop dat iemand nietsvermoedend (?) van een driekaart een ruitentje afgooit, maar dat lijkt onwaarschijnlijk.

Een handige manier om van een schijnbaar vaste verliezer af te komen is de tegenstander te dwingen in de dubbelrenonce te spelen. Je kunt dan in de ene hand troeven en in de andere een verliezer weggooien.

Kan dat hier? Als oost of west na de tweede ruitenslag aan slag komt (met de H bijvoorbeeld), en hij heeft geen ruitens meer dan moet hij uiteraard een andere kleur naspelen. Als je er voor zorgt dat je in beide handen alleen ruiten en troeven hebt liggen, dan betekent dat dat hij in een dubbelrenonce moet spelen. Dat betekent dus dat je de overige kleuren moet ‘elimineren’ voordat je een ruitenslag afgeeft en dat is in dit geval eenvoudig. Je kunt de laatste schoppen troeven en driemaal harten spelen en je doel is bereikt.

 

s 

h 

d A8542

c 9

 

s -

h 

d 973

cAB10

 

 

 

Dit was de manier waarop ik het speelde. Ik speelde nu A en ruiten na in de hoop dat iemand met Hx aan slag zou komen. Oost legde echter de V, die door west werd overgenomen met de H, waarna hij B naspeelde: twee slagen voor de verdediging.

Hoewel het principe goed was, was de uitvoering een beetje naïef. Ook als oost of west Hx zou hebben gehad had hij alle kans gehad om de H onder het A te gooien zodat zijn partner met VBx toch twee slagen zou maken. De speelwijze van zuid ligt er gewoon iets te dik bovenop.

Het kan allemaal veel beter. In de eerste plaats moet zuid A slaan op een moment dat zijn speelplan voor de tegenstanders nog onduidelijk is, dus bijvoorbeeld onmiddellijk na het troeftrekken. Op zo’n moment is het spelen van de H bij een bezit van Hx niet evident en normaal gesproken meestal een verliezende actie.

Daarnaast moet zuid zich realiseren dat gezien de bieding de kans het grootst is dat west H in zijn bezit heeft. In dat geval is het veel beter om na het elimineren van de bijkleuren de tweede ruitenslag vanuit de hand aan te spelen. Bij Hx bij west maakt het allemaal niet uit, maar wat moet west leggen met Hxx (in dit geval HBx), nu hij in de eerste ruitenslag bij zijn partner de 10 heeft zien vallen? Zuid heeft vrijwel zeker een driekaart ruiten (7 klaveren, 3 harten en 0 schoppen), dus Oost heeft een doubleton gehad. Is dat 10x of is dat V10?

In het eerste geval heeft zuid V nog en is het spelen van de B aangewezen, daarna kan west H incasseren. Maar als oost V10 heeft gehad? Als west nu B legt, dan moet oost deze overnemen met de V en daarna in de dubbelrenonce spelen. Zuid gooit zijn laatste ruiten af en troeft op tafel: 5 +1.

Bijna iedereen zal als west in zo’n geval de B leggen. Toch is ook in dit geval uit de speelwijze van zuid op te maken dat hij hoogstwaarschijnlijk V niet heeft. Waarom in dat geval zo’n ingewikkelde eliminatie van de bijkleuren toepassen? Naar mijn idee is het dus toch beter om in dit geval H te zetten en zo de V van je partner te ‘vangen’. Daarna kun je B incasseren voor 5 contract. Maar of ik dat in de praktijk goed zou hebben gedaan …

 

De laatste kaarten:

 

 

s -

 

 

h -

 

 

d 8542

 

 

c 9

 

s H10

 

s VB94

h B

 

h -

d HB 

 

d V

c -     

 

c -

 

s -

 

 

h -

 

 

d 97

 

 

c B106

 

 

 

Scorekaart:

 

NZ 5X contract                             

NZ 11MP

NZ 5 X contract

NZ 11 MP

NZ 5 contract (2x)       

NZ 7 MP

NZ 4 +1            

NZ 4 MP

OW 3 - 1           

NZ 2 MP

NZ 5 - 1

NZ 0 MP

                              

Al met al had die overslag slechts 1 schamele MP opgeleverd! Maar de voldoening was groot geweest!

Barteld de Ruiter