Jan Bootsma,

een van de oudste actieve leden van Culbertson

 

 

Toen Jan vanuit het westen van Nederland naar Geldrop verhuisde wilde hij meteen lid worden van Culbertson, maar helaas was er op dat moment een wachtlijst. Vanuit Culbertson is toen mede op initiatief van Theo Holtwijk de donderdagclub opgestart. Dat gebeurde in 1966. Daar heeft hij samen met zijn nu overleden echtgenote Joke even gespeeld voordat ze wel terecht konden bij Culbertson. Samen zijn ze vele malen clubkampioen van Culbertson geworden.

 

In 1969 wonnen zij de eerste prijs van het eerste Harten Drie Toernooi, dat toen nog het Open Kampioenschap van Geldrop heette. Hij heeft alle 45 keren dat het toernooi heeft bestaan, meegespeeld. In 2013 is dat voor het laatst geweest. Wegens te weinig animo is het Harten Drie Toernooi in dat jaar ter ziele gegaan.

 

De eerste jaren van dat toernooi werd nog geen gebruik gemaakt van computers. Er waren zaalwachten die de scores verzamelden en doorgaven aan de rekenaars, die ermee aan de slag gingen. Het duurde erg lang voordat er een uitslag was. Jan is toen voor het toernooi een computerprogramma gaan schrijven. Daar is een aantal jaren mee gewerkt.

 

In het voorjaar is Jan in de ban van de weidevogels: kieviten, tureluurs en zijn favorieten de grutto’s. In de contreien van Geldrop komt alleen de kievit voor. In het begin van het seizoen volgt hij de baltsvluchten, daarna het nestelen door het mannetje en het paren. Door de vliegbewegingen te volgen krijgt hij een idee van of een kievit al eieren heeft en waar dan zo ongeveer het nest moet liggen. Ook het fascinerende jagen van een kievit op een kraai is een indicatie dat er een nest met eieren is. Zittend tegen een boom is dit spotten voor hem een heel spannend gebeuren.

http://www.faunabescherming.nl/wp-content/uploads/2013/02/Kievit.jpg

 

Vanaf zijn jeugd houdt hij een kievitenlogboek bij. Toen Jan, van oorsprong Fries, in 1966 in Geldrop hield hij in het logboek jaarlijks bij waar hij in het gebied tussen Eindhoven en Helmond kievitsnesten vond. Bij een nest plaatst hij een stok, waarmee hij de boer bij het bewerken van het land attendeert op het nest. Heel lang geleden raapte hij nog wel het eerste legsel. Daar is eigenlijk niets op tegen omdat de kievit ongeveer een week na het eerste legsel begint met een tweede legsel van vier eieren. Sommigen vinden het zelfs beter om het eerste legsel weg te nemen, omdat bij het tweede of eventuele derde legsel het warmer is en daardoor de overlevingskans van het kievitsjong groter.

 

Die eerste eieren leverde hij af bij het restaurant Old Dutch op de Markt in Eindhoven. Voor de liefhebbers is een hard gekookt kievitsei iets heel bijzonders. Voor de eerste eieren van het seizoen ontving hij dan ongeveer twee gulden per ei.

 

Helaas is de kievitenpopulatie in de contreien van Geldrop de laatste jaren sterk afgenomen. Vroeger vond hij wel honderd nesten. Dit jaar heeft hij alleen in Vaarle twee paartjes waargenomen. Als hij nu op de fiets zijn kievitengebied verkent is het overal doodstil geworden. Volgens Jan komt dat vermoedelijk door de sterk toegenomen vossenstand.

Hierbij afgedrukt een stukje wat Jan schreef voor het Eindhovens Dagblad en waarin hij zijn zorg daarover uit.

 

Jan is ook zeer sportief. Kaatsen, de echte Friese sport, beoefende hij. Nu, vlakbij de golfbaan wonende, krijgt hij elke dag rond 15.00 uur honger naar de bal en vertrekt dan op zijn fiets, met het golfkarretje erachter, om een balletje te slaan met zijn huidige partner Ine of met een stel golfmaten. Ook loopt hij graag alleen door de baan. Hij vindt het heerlijk ontspannend om steeds weer te proberen zijn bal in zo weinig mogelijk slagen in een putje, enkele honderden meter verder op, te laten belanden.

 

Zijn denksport voorheen was schaken. Hij is er mee gestopt. Een partij schaak duurde soms wel vier uren en dat vindt hij tegenwoordig te intensief; bridge is veel minder intensief Al zo’n negentien jaren speelt Jan met veel plezier met partner Giel Pieterse.

 

Dank, Jan, voor het aardige verhaal over bridge en je aparte hobby betreffende de kieviten.

 

Karin Wasser