Richtlijnen met betrekking op het op tijd spelen.

Om eensluidend om te gaan met de problematiek van het op tijd spelen in de paren/topintegraal competitie is door de TC een aantal richtlijnen opgesteld.

Vijf minuten voor het einde van de ronde gaat de zoemer.
Men wordt niet geacht een nieuw spel hierna aan te vangen.
Hiermee zou de voortgang van de speelavond in gevaar komen en meerdere tafels zouden hier hinder van ondervinden als men hiertegen zondigt.
Tevens zou het competitievervalsend werken als we ons niet allemaal aan de zelfde tijdslimiet zouden moeten houden.

  1. Als men een spel ná de zoemer zou moeten aanvangen wordt eenieder aan tafel geacht de arbiter te raadplegen.
  2. De arbiter maakt zoveel mogelijk een rondje langs de tafels, op het moment van de zoemer vijf minuten voor het einde van een speelronde. Dit om te controleren dat eenieder aan het laatste spel bezig is.
  3. De arbiter die aan tafel verwittigd wordt kan twee dingen besluiten:
    a) Het laatste spel zo snel mogelijk -binnen de tijd- afspelen, of
    b) Een arbitrale score laten vaststellen en het spel dus niet spelen.
  4. Bij het vaststellen van een arbitrale score gelden de volgende argumenten:
    a) Er zijn verzachtende omstandigheden.
    Bijvoorbeeld: aantoonbare problemen met kastje op tafel, of een arbitrage waardoor men in tijdproblemen is gekomen.
    In principe 50% / 50% toekennen.
    b) Geen duidelijke aanwijzing waarom aan tafel niet aan het laatste spel toegekomen kan worden.
    Eerste keer wordt in principe gewaarschuwd en 50% / 50% toegekend.
    Na een eerdere waarschuwing wordt aan het desbetreffende paar of paren 40% (gemiddelde min) in de plaats van 50% toegekend.
Als een paar relatief veel meer tijd consumeert (al dan niet aantoonbaar) dan wordt het andere paar geacht direct de arbiter te verwittigen.