Richtlijnen met betrekking op het op tijd spelen.

Om eensluidend om te gaan met de handhaving van het op tijd spelen in de paren/topintegraal competitie,
is door de TC een aantal richtlijnen opgesteld.

Vijf minuten voor het einde van de ronde gaat de zoemer.
In principe wordt men niet geacht een nieuw spel aan te vangen,
dit conform het wedstrijdreglement artikel 13 - Te langzaam spelen.

Als men echter zelf oordeelt dat men het vierde spel zonder problemen kan afronden, dan is dit geen probleem.
Echter: hiermee nemen alle vier de spelers bewust zelf de verantwoordelijkheid om het spel tijdig af te ronden.

VIERDE SPEL WEL SPELEN:
Als achteraf blijkt dat de normale voortgang van de speelavond in gevaar is gebracht,
dan gaat de wedstrijdleider aan beide paren een arbitrale straf toekennen, conform artikel 90A van de spelregels.
In de regel bedraagt deze arbitrale straf 25% van de top en wordt verrekend met de natuurlijke score die men op het spel haalt.
Zo zou de uiteindelijke score op het betreffende spel zelfs een negatief aantal matchpunten kunnen opleveren.
De wedstrijdleider gaat hierbij uit van een gelijke schuld bij de betreffende paren.

VIERDE SPEL NIET SPELEN:
Alternatief voor het wél spelen van het laatste spel is het verwittigen van de arbiter aan tafel.
Deze stelt een kunstmatige arbitrale score vast op basis van de mate waarin de partijen verantwoordelijk zijn voor het te langzame spel,
conform artikel 12C1 van de spelregels:
a) Gemiddelde-min voor het paar dat onmiskenbaar schuld heeft.
b) Gemiddelde-plus voor het paar dat onmiskenbaar geen schuld heeft.
(Beide paren hebben hier consensus over bereikt, of er is reeds in een eerder stadium de arbiter verwittigd)
c) In de overige gevallen zal aan beide paren een middenscore toegekend worden.

Als een paar relatief veel meer tijd consumeert (al dan niet aantoonbaar) dan wordt het andere paar geacht direct de arbiter te verwittigen.
Als men pas later in de ronde hierop terugkomt, is slechts in verminderde mate aanspraak mogelijk.

Update: